Als eerste leg ik een paar mythes voor die ik heel mooi vind. Deze mythes zijn als volgt pegasus, pan, odysseus, eros en psyche en persephone. Ik heb ze allemaal gelezen, maar de mooiste vind ik die van persephone. Het is alleen lastig om deze te analyseren en om te zetten naar een zelfgeschreven verhaal.
Wat ik uit de mythe van perephone heb kunnen halen zijn in het kort 2 dingen.
De liefde en het leed van een moeder voor haar dochter en de oorsprong van de seizoenen.
Ook heb ik er uit kunnen opmaken dat er in die tijd ook al gesproken werd van ontvoering.
Persephone’s moeder demeter was zo ontdaan door de ontvoering dat ze de aarde verwaarloosde, waardoor een strenge winter ontstond. Persephone is als ze terug keert, ook al is dat maar voor de lente en de zomer de bron van vreugde.
In mijn eigen versie van het verhaal moeten dus terug komen de thema’s moeder-dochter , ontvoering en tijdelijke terugkeer.
Goed. Het verhaal.
Vrede zij met mij.
Ergens op ijsland tussen de gijsers en de vlaktes lag een klein wit huisje, met prachtige blauwe rozen die tegen de muur opklommen. De daken waren onder gesneeuwd en de tuinen sprookjesachtig wit. Het was dus vreemd dat er midden in de winter een prachtig stel blauwe rozen tegen de muur in volle bloei waren.
Het witte hekje van de tuin ging open en er kwam een prachtige lichtgrijze huski binnen met achter zich een meisje van 17 jaar met een melkwitte huid en sneeuwwit haar. Ze viel dan ook niet echt op tegen de achtergrond. Het was dat ze mooie rode blosjes op haar wangen had van de warmte dat je haar toch kon zien. Ze droeg een lange witte jas met een bondkraag en was bezig met de post uit de brievenbus te halen. “mam, pap, kayla ik ben thuis!” ze liep het huis in en werd links in de woonkamer begroet door haar vader die licht getint was met zwart haar. “hey meis, hoe was school vandaag?” vroeg hij. “o zoals altijd, alleen ckv was wel leuk vandaag, we moesten een stripverhaal uitschrijven en tekenen. Waar is kayla?” Antwoorde ze. “hmm... goede vraag. Ik moet je eerlijk zeggen ik heb geen idee waar ze uithangt. Misschien is ze op haar kamer en anders wel bij de paarden denk ik zo.”zei hij. “oké, bedankt pap”.
Even voorstellen, dat 17 jarige meisje, dat ben ik. Mijn naam is Estella. Tenminste... dat was ik. Ik ben zojuist wakker geworden uit een herrinnering. Een herrinnering waarin alles nog goed was en fijn zonder problemen en zonder zorgen. Nu is alles anders. Laat ik terug gaan naar de herrinnering en van daaruit het verhaal vertellen.
Het was inderdaad zo dat Kayla zich bij de paarden bevond. We hadden 4 paarden, allen genoemd naar belangrijke begrippen in onze ogen. Een witte merrie genaamd Mizu, wat in het japans water betekent , een zwarte hengst genaamd Liberty, wat vrijheid betekent, een merrie vosje met de naam Ilya waarvoor we hadden gekozen, omdat Ilios zon en stralende betekent en zij echt het zonnetje in huis is. En dan hebben we nog een palomino hengst. Deze woeste schoonheid behoort mij toe en is benoemd voor de vrede die hij brengt Shalomé. Kayla is mijn jongere zusje van 15 en ziet er ongeveer hetzelfde uit als ik. Ze is lang dun melkwit van huidskleur en heeft witte haren. Dat is vreemd, want onze ouders zijn allebij donker van haar en huidskleur. Hoe dat komt vertel ik later. Iedere zondag gingen we met het gezin uit rijden, vandaag was het vrijdag, dus we moesten het vandaag met zijn tweeën uitzoeken, Kayla en ik. Kayla had haar merrie Ilya al gepoetst en stond op me te wachten. “waar bleef je nou Stell?” zei ze toe ik aan kwam lopen. Onze huski kwam achter mij aan de stal in. “Kom twiggy, voordat je tussen de deur zit.”zei ik tegen de prachtige huski. Ze tippelde mooi naast me de box van Shalomé in. Shalomé begroetten ons met een lage zachte hinnik en duwde zijn neus tegen mijn borst. “ja, schatje. We gaan vandaag lekker uit rijden.” Zei ik tegen hem. Hij liet zijn hoofd zakken en snoof aan twiggy die op haar beurt aan hem snuffelde alsof ze elkaar begroeten. “wil je mee twigg?” vroeg ik de hond, waarop ze als antwoord tegen me opsprong en ik bijna mijn evenwicht verloor. Kayla lachte zich te pletter en ging terug om Ilya op te zadelen. Op het moment dat ik Shalomé bijna helemaal had gezadeld, kwam mijn moeder de stal binnen. “ha meiden, gaan jullie samen op pad? Wel voor het donker terug zijn hè.” Zei ze. Mijn moeder, een lieve zorgzame vrouw van 37 jaar met zwart haar en een licht getinte huid. Ze had voor ons een picknick pakketje gemaakt zodat we onderweg nog iets lekkers hadden en ze was de paarden en de hond niet vergeten, want ook voor hen had ze wat lekkers meegegeven. Mijn moeder hield van ons als niemand anders dat kon en ze was geweldig in het tonen van haar liefde. Dat was ook een van de redenen waarom wij, Kayla en ik zoveel van haar hielden. Ze deed alles voor ons als we dat vroegen en ze hielp ons met alles. Ze was er altijd voor ons als we haar nodig hadden. Kayla heeft ook vaak genoeg tegen mij gezegt: als we mam niet hadden dan waren we nergens. En dat was zo. Zowel letterlijk als figuurlijk. Hoe had ik ooit kunnen weten dat die avond alle verschil zou maken in ons leven. Als ik het had geweten had ik nooit met Kayla gaan rijden. Maar ik deed het wel...
We reden met de paarden door de sneeuw en de hond tippelde vrolijk achter ons aan. We waren op weg naar een warm water bron, waar we regelmatig gingen zwemmen. Het lag achter een aantal rotsen die een kom vormig dal vormden. Het was daar heerlijk rustig en we konden de paarden ook gerust los laten lopen, want ze konden toch niet weg. Er was genoeg ruimte voor een klein strand. Welliswaar een strand met sneeuw, maar toch het was een stukje land aan de warm water bron.
Kayla had de picknick mand aan de rand van het water gezet en was zelf al uitgekleed en in het water gedoken.”ohh... Stell het water is heerlijk! Kom er ook in!” riep ze me toe. Ik was nog eve bezig met Shalomé en zei dat ik er zo aan zou komen. Ik gaf Shalomé een knuffel en liep naar de bron waarin Kayla al heerlijk aan het dobberen was. “ohh ... dit is echt het beste aan de winter. Heerlijk zo die warm water bron. ” zei ze. “ja, kijk maar uit, want als je er dan na afloop weer uit wilt is het buiten het water onzettend koud.” Was mijn antwoord. Daar was ze het inderdaad mee eens, want toen we na te hebben gezwommen er weer uit wilden om te beginnen aan de picknick stond ze al te klappertanden als ze alleen al met haar schouders boven het water uit kwam. Uiteindelijk hebben we besloten om het picknick gedeelte maar in het water te doen. “stell wil jij een door mam gemaakte roomsoes?”vroeg ze. “oeh jaaahh .... lekker! Mam haar roomsoezen zijn de beste.” Antwoorde ik en Kayla pakte een roomsoes uit de mand. “wat heeft ze voor de dieren meegegeven?”vroeg ik haar.
“o voor twigg heeft ze een bakje lever meegegeven twiggy haar lievelings kostje. Voor Ilya heeft ze 3 suikerklontjes en een zakje bix meegegeven en voor jou lieve Shall heeft ze een frikadel en een stuk worteltaart meegegeven. En ik denk dat we ons drinke met de paarden moeten delen.” Gaf ze me als antwoort. “prima” zei ik. Ik klom het water uit en pakte een handdoek uit de picknickmand het was koud ijskoud en ik had de handdoek om me heen geslagen en liep met de frikadel naar Shalomé toe. “Hier heb je je eten schatje.” Zei ik tegen de lieve reus. Gulzig nam hij een hap. Ik had ook niet anders verwacht hij is nu eenmaal dol op frikadellen. Ik gaf hem een aai over zijn neus en pricies op dat moment begind twiggy te grommen. Ik draai me met een shock om en richt me op waar twiggy naar gromde. In eerste instantie zie ik niets. Ik kijk nog eens en ik zie dat twiggy ergens op af loopt. Ik roep Kayla en zeg haar dat ze voorzichtig moet zijn. ze snapt niet waarom, maar doet wat ik heb gevraagd.
Ik loop in de richting van het door twiggy aangetoonde gevaar en zie in een klein bundeltje een baby op de grond liggen. In eerste instantie gaat de vraag ‘hoe komt dat kleintje hier?’ door mijn hoofd. Vervolgens ga ik kijken of het niets mankeert. Ik kniel neer naast het bundeltje en leg mijn hand op het kind. Zo gauw mijn hand de huid aanraakt draait de omgeving om me heen. wat is er gebeurt? Hoe kan het dat ik mijn paard en mijn zus niet meer zie? Waarom zit ik in een soort ruimte met 3 door wolken omsluierde werelden. Ik kijk eens goed om me heen, instinktief op zoek naar de baby die me op deze plaats gebracht heeft. Het vreemde is dat ik het kind nergens zie. Het is verdwenen net als mijn paard en mijn zuster. Ik benader een van de wereldbollen omringt door wolken en rijk er met mijn hand naar. Op dat moment klinkt er een stem: je kunt hier niet meer weg mijn kind. Hoe graag je ook zou willen. Dit is het geestenrijk. Jou leven heb je opgegeven aan de baby die je daar zag liggen. Achter een van de wereldbollen kwam nu een lange slanke vrouw vandaan, waarvan ik wist dat de stem die had gesproken van haar moest zijn. ze zag er zacht aardig uit, als een moeder die alles voor haar kinderen over heeft en nog in haar volle levenskracht is. Ze begon weer te praten, alleen dit keer met een wat dromerigere stem. Arm kindje.... arme ziel... wat zal je moeder moeten zonder jou? Ze kwam op me afgelopen en legde een hand onder mijn kin. Je hebt 2 keuzes: of je blijft hier, of je gaat naar een van deze werelden. Ze wees naar de 3 wereldbollen die in de ruimte zweefden. Ik vroeg haar “kan ik niet gewoon terug?” ze antwoorden met een triest lachje en zei “ja... kind je kunt terug, maar dan moet je de juiste wereld kiezen, of je moet een deal maken met de persoon die de leiding heeft in de wereld die je betreed. Het zal niet makkelijk zijn en je zult ook niet voor altijd terug kunnen naar je eigen wereld.” “Kunt u me niet gewoon de juiste wereld wijzen?” vroeg ik met een behoorlijke brok in mijn keel. “nee... , want ik weet niet van welke wereld je komt..... je bent hier zomaar verschenen en de poort was al gesloten voor ik hier aankwam.”
Ik had dus geen keus en moest een van de werelden kiezen. Ik ging voor een van de werelden staan en vroeg de vrouw hoe ik er kon komen. Ze antwoordde “heel simpel gewoon aanraken” ik knikte, hield mijn adem in en raakte met mijn vingertoppen de wereld aan. Het voelde zacht aan, enigsinds vergelijkbaar met een suikerspin. Het was zacht en plakkerig. Ik verwonderde me daar een moment over en toen dat moment voorbij was stond ik tot mijn knieën in een plas water. Ik geloof dat het een kleine drinkplaats was voor vee. Ik wist in ieder geval niet waar ik was en keek in het rond op zoek naar een herkenningspunt. Ik was een beetje in gedachte verzonken en schrok daarom flink toen iemand met een ruwe stem vroeg wat ik hier zocht. Ik draaide me met een ruk om en verloor daardoor bijna mijn evenwicht, maar ik zag wel wie er voor me stond. “Pap?” Vroeg ik. De man die voor mijn neus stond fronsde en trok een vragend gezicht. “ik heb helemaal geen kinderen”zei hij. O sorry, u lijkt sprekend op mijn vader. Ik denk dat ik u daarom voor hem heb aangezien. Ik zal me even voorstellen. Ik ben Estella, aangenaam kennis te maken. Ik maakte een diepe buiging ondanks dat ik tot mijn knieën in het water stond. De man begon te lachen en zei dat zijn naam Tyris was. Hij gebaarde me met hem mee te komen en ik liep gehoorzaam achter hem aan. We liepen een eindje door weilanden, voordat ik in de verte een dorpje zag liggen. Het was maar een kleinschalig dorpje, maar het zag er gezellig uit en het waren allemaal grote boerderijen, waar voornamelijk veel vee omheen stond. We liepen het dorp in en kwamen langs een ouderwets bakkertje en een schoenmakerszaakje. De boerderijtjes waren ouderwets en niet echt stevig en toch hadden ze iets gezelligs en iets moois. Op een gegeven moment stonden we voor een witte boerderij die goed onderhouden was en er vrij nieuw uitzag. “wees welkom in mijn huis” zei hij. “gooi de natte kleren uit en trek wat schoons aan. Dan praten we daarna verder over hoe je hier terrecht bent gekomen en waar je vandaan komt.” Hij wees me een kamertje aan en zei me in de kast naar een passende broek te zoeken. Dat deed ik en toen ik klaar was liep ik naar de woonkamer die er ontzetten mooi en vooral groot uitzag. Een heel mooie open haard met wit sierhout verfraaid stond recht voor mijn neus in het midden van de kamer als een uitsteeksel van de muur. Het was een prachtig gezicht, vooral de foto’s die erop stonden trokken mijn aandacht. Alle foto’s hadden mij en mijn paard als hoofd thema. Hij kwam de kamer binnen en zei “o, je hebt jezelf al gezien zie ik?” ik staarde hem aan en begon half te stotteren in een poging te vragen hoe het kwam dat hij foto’s van mij en mijn paard op zijn open haard had staan. Hij antwoorde “ik ben nu eenmaal weg van je en heb er ook voor gezorgd dat je in de tussenwereld terecht kwam, ook heb ik je keuze beïnvloed waardoor je in mijn wereld terrecht bent gekomen in plaats van in die van jou.” Ik stond perplex, wat wilde hij van mij en waarom moest hij nu net mij uitkiezen. Daar hoefde ik niet eens naar de vragen, want dat antwoord kwam vanzelf. “zie je die haard daar?” tuurlijk zag ik de haard, anders had ik de foto’s nooit gezien. “dat is geen gewone haard. Je kunt in die haard aandere werelden bespioneren. Zo heb ik een behoorlijke tijd naar jouw wereld zitten kijken en ik heb mijn wereld daar een beetje op aangepast. Toen ik jou zag was ik om de een of andere reden meteen verkocht. Ik moest en zou je hier hebben voor mezelf. Vraag me niet waarom, want dat weet ik ook niet. Ik weet alleen dat het zo is.” “maar nu heb je me hier en wat nu? Ik wil toch wel heel graag weer terug naar huis. Is er niet een mogenlijkheid voor mij om terug te gaan naar huis?” hij antwoordde met een trieste stem “ja, er is wel een manier, maar je zult ook delen hier moeten zijn, anders laat ik je hier nooit meer gaan.” Ik probeerde hem over te halen om me toch te laten gaan, maar hij was niet om te krijgen. Uiteindelijk heb ik hem moeten beloven om 6 maanden bij hem te zijn, dan zou hij accoord gaan met 6 maanden bij mijn familie en zo is het nu nogsteeds. In de lente ga ik naar mijn moeder en help ik haar met de oogsten, ik rijd heel veel met Shalomé en doe leuke dingen met het gezin om het zo aangenaam mogelijk te maken. Aan het eind van de zomer ga ik weer terug naar tyris en heb daar mijn eigen domein. Zo is het goed , er valt mee te leven en zo zal het blijven hoezeer het mij en mijn familie ook verdriet doet.
Zo is het goed.
Waarom heb ik mijn verhaal zo geschreven.
Persoonlijk vind ik dat een verhaal ook een verhaal moet zijn en zo gezegt heb ik er ook een verhaal van gemaakt. Ik heb het in de ikvorm geschreven, omdat persephoné zelf bijna nooit in detail wordt beschreven. Ik heb de moeder in dit geval ook een beetje achterwegen gelaten, omdat iedereen bij het verhaal van persephoné altijd meteen aan demeter moet denken, omdat zij volgens de mythe het meest lijdt. Ik ben het daar niet mee eens en heb daarom bewust de grote rol van de moeder weggelaten. Ik heb dit getracht op te vangen door persephoné zelf wat beter uit te laten komen. deze manier van schrijven is mijn eigen manier van schrijven, omdat ik het verhaal moest schrijven naar mijn eigen hand heb ik ook mijn eigen schrijfstijl gebruikt.
Persoonlijk vind ik dat het hoofd thema van de mythe er nogsteeds goed in leeft, maar dat ik het wel anders heb verwoord. Verder heb ik het geprobeert wat persoonlijker te maken door er een aantal dingen uit mijn eigen leven in te betrekken.